Toespraak

Toespraak van Stefan Brijs tijdens de uitreiking van de Gouden Uil Prijs van de Lezer 2006

Een paar dagen geleden kreeg ik van een lezeres een brief waar ik graag een kort stukje uit wil voorlezen.

‘Wellicht ben ik een van uw oudste lezers (een oma). Ik kon uw boek met moeite ter zijde leggen en heb het in één weekend uitgelezen. Dagen nadien dwaalt dit diep donkere schokkend en toch zeer ontroerende boek door mijn hoofd. Het laat je niet los. En hoeveel mededogen roept het niet op!’

Daarna gaf deze lezeres een analyse van het hoofdpersonage van mijn boek: over zijn onvermogen om lief te hebben maar ook over zijn noodzaak aan liefde en zijn drang om goed te doen.
Die analyse was zelf raak en ontroerend en de lezeres besloot haar brief met een welgemeend: ‘Mijn bewondering en dank voor dit prachtig boek.’

Hierom schrijf ik, in de hoop dat ik lezers kan raken, kan ontroeren en zodoende tot nadenken aanzet. En daarom ook ben ik erg blij met deze Prijs van de Lezer, die mij meer waard is dan gelijk welke andere prijs. Ik wil dan ook iedereen die op mijn boek gestemd heeft van harte danken en ik spreek tot slot graag de wens uit dat u, jong of oud, leest en blijft lezen en zodoende nog vaak getroffen mag worden, niet alleen door mijn boek maar ook door dat van mijn dierbare collega-auteurs. Dank u wel.

Brussel, 25 maart 2006